Uitgangspunten

De werkelijkheid van mensen is relationeel en intergenerationeel.
 
Ieder mens maakt deel uit van een familiaal netwerk van verhoudingen. De contextuele hulpverlener houdt - ook als hij werkt met een enkeling - dit intergenerationele netwerk voortdurend in het oog. Ook de belangen van de afwezigen en van de komende generaties worden in aanmerking genomen.
 

De relationele werkelijkheid van een persoon omvat 4 dimensies:
 
  • De dimensie van de feiten:
    Erfelijkheid, lichamelijke eigenschappen, gebeurtenissen in het leven van de persoon zoals echtscheiding, adoptie, invaliditeit, werkloosheid, armoede, oorlog, enz...
  • De dimensie van de psychologie:
    Wat zich in het individu afspeelt aan behoeften, gevoelens, gedachten, fantasieŽn en motivaties. Het gaat dan over persoonlijkheidseigenschappen, afweermechanismen, ego-sterkte, enz...
  • De dimensie van de interacties:
    De patronen van waarneembaar gedrag en communicatie tussen personen: Gezinsstructuren, systeemregels, feedbackmechanismen, zondebokmechanismen, coalitievorming, enz...
  • De dimensie van de relationele ethiek:
    Hierbij gaat het om de rechtvaardigheid van de relatie, het relationele evenwicht tussen het geven en ontvangen van gepaste zorg. Begrippen als loyaliteit, vertrouwen en betrouwbaarheid, verdiensten en schuld vallen binnen dit gebied. Bij deze dimensie wordt een sterke verbinding gelegd tussen de invloed op het individu die voorkomt uit verworvenheden van vorige generaties, en de wijze waarop ieder deze invloed gebruikt voor haar of zijn levensontwerp en de daaruit voortkomende invloed op komende generaties (legaat).
 
Voor de contextuele hulpverlener zal deze laatste dimensie de belangrijkste leidraad zijn. De andere dimensies mogen echter niet uit het oog worden verloren en in de taxatie en behandeling moeten de feiten, de psychologie en de transacties ook in de beschouwing worden meegenomen. Als hij leert de relationeel-ethische dimensie met de drie andere dimensies te verbinden, zal zijn begrip van verschijnselen binnen menselijke relaties toenemen, en ook zijn therapeutische en preventieve mogelijkheden.


Loyaliteit is een kernwoord binnen deze relationele ethiek.

De band tussen ouders en kinderen is onverbreekbaar: nooit houdt men op de moeder of vader van dat kind te zijn, en nooit houdt men op de zoon of dochter van die ouders te zijn (verticale loyaliteit). Loyaliteit is dus geen gevoel, maar een zijnsgegeven. Loyaliteitsconflicten zijn eigen aan het leven zelf. In de levensloop snijden horizontale loyaliteitsbanden de verticale. Verbreken, vermijden of ontkennen van die verticale loyaliteit zal ernstig lijden veroorzaken in nieuwe relaties met de partner of de kinderen.