Contextuele hulpverlening in de praktijk

De grondhouding van de contextuele hulpverlener is de meerzijdige partijdigheid: hij is bekommerd om al diegenen die door zijn hulpverlening worden be‹nvloed. Dat wil zeggen: ook de ouders en/of partner en/of kinderen van de cliënt. Hij streeft naar een zo eerlijk mogelijke relatie tussen de cliënt en zijn context en is gericht op het doorbreken van isolement en het herstellen van de dialoog. Voorwaarde om deze meerzijdige partijdigheid als grondhouding te verwerven is wel dat de hulpverlener zijn eigen context kent en aanvaardt. Methodisch hanteert hij een aantal specifieke contextuele interventies:

  • het erkenning geven voor het onrecht dat de cliënt werd aangedaan (erkenning voor het slachtoffer) en voor datgene wat hij doet voor anderen (erkenning van de verdienste).
  • het opzoeken en aanwenden van de resterende hulpbronnen: wie in de context kan wat doen, dat positief bijdraagt tot de betrouwbaarheid van de relatie ?
  • de verwachting van actie: de voortdurende, consequent volgehouden en expliciete verwachting van de hulpverlener dat de cliënt actie zal ondernemen, die deel uitmaakt van verantwoord ouderschap, kind zijn of partnerschap. Een zorgvuldige timing is daarbij uiteraard noodzakelijk.
  • het verbindend vragen: de hulpverlener hanteert consequent een verbindende verhoudingstaal.